Schrijftips

Hier vind je een aantal schrijftips die jou op weg helpen:

De lezer proeft jouw plezier

Toen ik mij inschreef voor de cursus korte verhalen schrijven, was mijn streven om voor elk ingestuurd verhaal minimaal een 8,5 te halen.

Na ongeveer twintig ingestuurde verhalen werd het af en toe beloond met een 8,5 en zelfs een paar keer met een 9, maar jammer genoeg nog veel te vaak met een 7,5 of 8.

Ik stuurde mijn mentor een mail: Ik blijf steeds maar rond de 8 hangen. Wat kan ik doen om hoger te halen? Haar antwoord: Prachtig cijfer toch, een 8? Ik zou vooral focussen op je plezier in schrijven!

Een dag later dacht ik nog eens na over dat antwoord van mijn mentor. Ik ging voor de spiegel staan en vroeg aan mezelf: Heb je plezier gehad tijdens het schrijven? Mijn spiegelbeeld antwoordde volmondig: Ja zeker weten! Die cijfers leken ineens niet meer zo belangrijk. En geloof het of niet, dit had positieve gevolgen voor mijn cijfers die daarna volgden. Ze werden juist hoger in plaats van lager!

Plezier moet het belangrijkste zijn als je schrijft! Zoals je een cake bakt met liefde, schrijf je een verhaal met plezier. De lezer proeft het, hoor. Echt waar!

———————————————————————————————————————————

Een schrijver komt er nooit       

Misschien denk je wel: als ik twintig verhalen geschreven heb weet ik alles en kan ik alles. Knijp even je ogen dicht voor wat ik nu ga zeggen… Je komt er nooit. Dit zeg ik niet om je te ontmoedigen maar ik bedoel hiermee dat de onderwerpen waarover geschreven kan worden eindeloos zijn. En dat je altijd met taal en stijl blijft worstelen. Misschien is stoeien een minder zwaar woord .

Een hardloper is ook niet na twintig rondjes lopen klaar met ‘worstelen’. Hij moet blijven oefenen en trainen om steeds maar weer een goed resultaat neer te zetten. Dit geldt voor schrijven ook. Blijf schrijven! Blijf oefenen!

Wanneer loopt een hardloper het beste? Met versleten schoenen of met goede schoenen? Dit geldt ook voor jouw verhaal? Wanneer schrijf jij het beste? Als je over iets schrijft wat bij jou past of als je over iets schrijft wat je geen bal interesseert? Kijk waar je sterkte kanten liggen. Schrijf niet over dingen die je absoluut geen inspiratie geven. Ook raad ik je aan niet te hoog te grijpen. Een hardloper begint ook niet gelijk met een hele marathon. Kies geen ingewikkelde verhalen of verhalen waar je zelf over twijfelt. Kies iets waar je zelf voor de volle 100% achter staat. Alleen dan kan jij een marathon lopen!

———————————————————————————————————————————

De drie etappes

  1. Heb je inspiratie? Schrijf alles op wat er in je hoofd opkomt. Ga door zolang je inspiratie hebt.
  2. Lees alles nog een keer over en let op:
  • taalgebruik
  • je stijl
  • moeten er dingen aangepast worden (anders geformuleerd)
  • moeten er dingen geschrapt worden (zie ‘minder voor meer resultaat’)
  1. Laat hetgeen je geschreven hebt een dag of meerdere dagen liggen. Kijk er niet naar. Gewoon het verhaal even rust gunnen. Of laat een ander er even een blik op werpen en verwerk eventueel de opmerkingen die je te horen krijgt. Hierna lees je alles nog een keer. Je zult merken dat je ineens weer dingen ziet die je eerder nog niet opvielen. Lees het nog éénmaal kritisch door en zet alle puntjes op de i.

———————————————————————————————————————————

Schema

Het kan ook zijn dat je liever met een schema werkt. Bijvoorbeeld:

    • Onderwerp (Waar gaat mijn verhaal over?)
    • Personen (Welke personen komen er in mijn verhaal voor en welke kenmerken hebben deze personen?)
    • Plaats (Waar speelt het verhaal zich af.)
    • Tijd (Welk jaargetijde of in welk jaar.)
    • Spanning (Wat is het spannendste wat er in mijn verhaal gaat gebeuren en welke personen spelen hierin een rol.)
    • Afloop (Hoe gaat het aflopen? Open einde of juist niet.)

Misschien denk je dat zo’n schema je spontaniteit in de weg staat. Maar als jij een heel boek wilt gaan schrijven kan zo’n schema echt handig zijn.

———————————————————————————————————————————

Minder voor meer resultaat

Nadat jij je verhaal geschreven hebt, moet je gaan schrappen. Dit klinkt misschien vreemd, maar het komt echt je verhaal ten goede. Lezers houden niet van langdradige, saaie zinnen met overbodige en eentonige woorden er in. Ze sluipen sneller je tekst in dan je denkt. Maar ze maken je tekst minder leesbaar en omslachtiger. Probeer dat daarom zoveel mogelijk te voorkomen.

Voorbeelden:

Ze is gewend geraakt aan het feit dat ze elke dag een stuk moet fietsen.

Ze is eraan gewend geraakt dat ze elke dag een stuk moet fietsen.

Niet voor niets is hij ermee gestopt.     

Hij is ermee gestopt.

Zonder die dikgedrukte woorden is je zin veel krachtiger.

Vanmorgen ben ik bij de dierenwinkel geweest. Ik zocht een mooie hamster voor mijn dochterMijn dochter wil voor haar verjaardag graag een hamster. Ik had dat wel verwacht van mijn dochterMijn dochter heeft altijd al graag een hamster gewild. Want mijn dochter is een echte dierenliefhebster.

Irritante zin, hè? Dit komt vaker voor dan je denkt.

———————————————————————————————————————————

Geef nooit op

De eerste keer dat ik een verhaal inleverde bij een uitgeverij, schrok ik me wild toen ik het terugkreeg. Opmerking, na opmerking, na opmerking… Het liefst had ik gelijk mijn laptop dichtgeklapt. Blijkbaar vonden ze het een verschrikkelijk slecht verhaal. Maar toen dacht ik ineens: als ze het echt heel slecht hadden gevonden, hadden ze het afgewezen. Ze zien juist kansen in mij! En zo moet jij ook denken als jij ‘kritiek’ krijgt. We moeten het zien als positieve feedback. Als het echt slecht is, wijzen ze je verhaal af. En geloof me, dat doet een uitgever vaker dan dat ze iets uitgeven. Let er als je iets opstuurt naar een uitgever wel op dat:

  • het een origineel verhaal is. (Dus geen dertien-in-een-dozijnverhaal, maar jouw verhaal, jouw stijl, geen nageaapt verhaal.)
  • het er verzorgd uitziet. (Als het er slordig uitziet is de kans groot dat ze er niet eens naar gaan kijken.)
  • je veel zorg besteed hebt aan taal en stijl.

En al komt de teleurstelling dat iets afgewezen wordt… gooi je verhaal nooit weg! Misschien denk je maanden of jaren later nog weleens aan het verhaal terug. Je herschrijft het en… het wordt uitgegeven! Stel je voor dat je het verhaal weg had gegooid. Daar moet je toch niet aan denken?

———————————————————————————————————————————

Niet objectief

Je bent helemaal in je sas, want je vader en moeder vinden jouw verhaal helemaal geweldig. Maar vinden jouw ouders niet alles wat je schrijft superbijzonder? Het kan natuurlijk ook andersom. Je hebt het idee dat je juist nooit wat goeds schrijft in hun ogen. Kortom: het is niet objectief. Natuurlijk is het leuk om je verhaal aan bekenden te laten lezen, maar het is juist belangrijk om het aan een onbekende te laten lezen. En dan niet zomaar een onbekende, maar iemand die er verstand van heeft. Die ervaring heeft in schrijversland. Nu hoor ik jou denken… Waar vind ik die? Nou, hier ben ik.


Beeldend schrijven

In mijn manuscript stond de zin: ‘Ze werd langzaamaan wakker en wreef in haar ogen.’ Mooie zin dacht ik. Totdat ik de opmerking van mijn redacteur zag. ‘Nou, dat zal een smerige boel worden!’ Ik begreep echt niet wat ze bedoelde. Ik las de zin nog een keer aandachtig. Ineens moest ik lachen. Letterlijk IN je ogen wrijven kan inderdaad niet. Je oogballen zullen eruit rollen. Nou, liever niet. Het moet natuurlijk zijn OVER je ogen. Je zegt toch ook niet: Ik wrijf IN mijn arm. Zo zijn er wel meer dingen die we opschrijven, maar die eigenlijk niet kunnen.

  • Doe alle bewegingen die je omschrijft voor de spiegel na. Lukt het? Dan kan het. Lig je nu met je benen in je nek te spartelen, dan zou ik de zin toch anders verwoorden!

Het is wel heel belangrijk om dingen concreet op te schrijven. Dat maakt het verhaal veel mooier. Zo trek je een lezer het verhaal in. Het is bijvoorbeeld mooier om te schrijven: ‘Hij woont in een mooie villa’, dan: ‘hij woont in een mooie woning’, want wat moet de lezer zich voorstellen bij een woning? Is het groot, is het klein? Bij het woord villa heeft men gelijk een beeld. Een groot huis.

  • Gebruik concrete woorden

Ook is het belangrijk dat je beeldende omschrijvingen gebruikt, zodat de lezer het gelijk voor zich ziet. Bijvoorbeeld: ‘Ze trok haar schoenen aan’, of: ‘ze trok haar rode pumps aan.’ Het lijkt gelijk een heel andere zin. Maar let er wel op, dat je ook weer niet te veel verklapt. Er moet wel iets te fantaseren overblijven natuurlijk.

  • Gebruik beeldende woorden, zodat de tekst meer gaat spreken